De angst voor het zapmoment

de Volkskrant, 21 november 2008

In de koffiekamer van tv-studio 31 zit ik tegenover een zenuwachtige redactrice van het programma In de Hoofdrol. Ze wijst in het dikke draaiboek voor zich. Achter mijn naam staan de woorden “Geen ideale schoonzoon. Rukken!” Ze glimlacht. Of ik straks die anekdote over dat rukken kan vertellen. Maar wel kort graag. “Vorige week met Gerard Joling waren we 50 minuten te lang. Mensen bleven maar praten.” Het is zaterdagmiddag en ik ben, samen met een hele stoet van (oud) vrienden en collega’s van Robert ten Brink, te gast bij de opnamen voor zijn In de Hoofdrol.

Robert en ik kennen elkaar al zo’n dertig jaar. We maakten van 1979 tot 1982 -samen met Hubert van Hoof- KRO’s Noenshow, op Radio 3. Het was voor ons beiden het eerste baantje bij de omroep.
Aan mijn optreden in Robert’s In de Hoofdrol is een eindeloze reeks van mails en telefoontjes met de redactie vooraf gegaan. Op hun verzoek heb ik in mijn kelder zelfs allerlei radiotapes en 45 toeren plaatjes onder het stof vandaan gehaald.

Ik vermoed dat de redactie vooral geïnteresseerd is in mij als gast, omdat ik samen met Hubert wat anekdotes over Robert kan vertellen waaruit blijkt dat hij niet altijd die ideale schoonzoon was waar het grote publiek hem voor houdt. Wij waren indertijd een beetje de kwajongens van Radio 3, draaiden “Too Drunk Too Fuck” van de The Dead Kennedys tijdens lunchtijd, beledigden populaire artiesten als vader Abraham, bezorgden de KRO een aanvaring met de BVD nadat we een plaatje van het Koninklijk Huis hadden gedraaid dat voor intern gebruik bedoeld was, en schrikten de argeloze KRO luisteraar dus een keer op met een masturbatiescène.

Maar goed, vanaf het moment dat Hubert en ik studio 31 betreden, worden we er door allerlei dames van de redactie voortdurend aan herinnerd dat we het vooral kort moeten houden. Opkomen, twee zinnen zeggen, en dan zo snel mogelijk weer weg, legt men ons schuldbewust uit.

Tijdens de opnamen maakt Robert op een gegeven moment een grap over “dat we nu zeker even naar de reclame gaan” waarop presentator Frits roept dat er helemaal geen reclame is. Ik stoot Hubert aan en fluister: “Oh shit dit is helemaal niet voor de commerciëlen!”. “Nee” zegt Hubert, “voor de Avro.”
Door de keuze van de hoofdrolgasten, de manier van werken van de redactie (van productiebedrijf Blue Circle) en de hele sfeer tijdens de opnamen was ik er van overtuigd geraakt dat we iets voor RTL of SBS aan het opnemen waren. Maar het is mijn eigen publieke omroep. Waar de angst voor het zapmoment dus tegenwoordig ook met ijzeren hand regeert.

Het spreekt vanzelf dat ik, eenmaal naast Robert op de bank, aan geen van mijn anekdotes toekom. Ik weet alleen nog te roepen dat Robert indertijd ‘de schrik van Hilversum’ was.

Maar het zou me niet verbazen als ook dat in de montage sneuvelt, en Hubert en ik er helemaal worden uitgeknipt. Na afloop hoor ik nl. van de regie-assistente dat men, ondanks de uitvoerige instructies aan iedereen, toch nog 20 minuten te lang is. En van alle gasten staan Hubert en ik ongetwijfeld helemaal onderaan op de BN ladder, dus als ik de eindredacteur van Blue Circle was die volgend jaar weer een nieuwe serie In de Hoofdrol voor Nederland 1 hoopte te maken, dan wist ik het wel.

Bram van Splunteren

  • meer artikelen

  • naar boven-->