Beau vs. Beigbeder
Bram’s blog, 15 januari 2009
De afgelopen week begonnen in “Pijn” van Beau van Erven Dorens. Normaal zou ik niet halsoverkop aan ‘de nieuwe Beau’ beginnen maar ik had net het boek gelezen waarvan beweerd wordt dat Beau het met “Pijn” zo ongeveer heeft overgeschreven: “99 francs” van de Fransman Frédéric Beigbeder, een ‘keiharde afrekening met de reclamewereld’, gegoten in een even tragisch als hilarisch verhaal over de totale ineenstorting van een succesvolle reclameman. Beau’s boek schijnt ook zoiets te zijn.

Toen ik vervolgens in de VARA gids las dat Beau met “Pijn” een heus filmscenario heeft geschreven en ik een dag later hoorde dat IDTV een optie op de filmrechten van Beau’s boek had genomen, kon ik mijn nieuwsgierigheid niet meer bedwingen en toog naar de boekwinkel, noodgedwongen enigszins ook, aangezien er op internet in geen velden of wegen een serieuze recensie van “Pijn” te bekennen viel.
De wijze raad dat je maar een kans hebt om een eerste indruk te maken, en dat die dus maar beter damned good moet zijn, is aan Beau bij dit boek niet besteed geweest. Op bladzijde 11 had ik al medelijden met de redacteur van uitgeverij Carrera die Beau’s opeenstapeling van clichés op een kwade dag heeft moeten doorploegen. (het boek telt liefst 352 pagina’s). In hoofdstuk 1 maken we kennis met ene Werner, een ADHD-achtige reclamejongen die op zijn kantoor aan de gracht bezig is met een scheldpartij waaraan geen eind lijkt te komen (veel “Fokking Shits” en opvallend veel “Hoeren!” in zijn tirade). De onmachtige scheldpartij blijkt vooral tegen zichzelf gericht; Werner is kwaad omdat hij geen campagne kan bedenken voor een of andere Belgische “Fantakaas”. Ook z’n charmante assistente Lisa, moet het daarbij ontgelden, wat Werner er op blz 17 niet van weerhoudt zijn twee vingers in haar slipje te laten verdwijnen, iets wat het arme schaap om onduidelijke redenen gewillig toelaat. Even later wordt er natuurlijk nog wat “Cokelakoca” genuttigd alvorens het inmiddels uiteraard bloedgeile tweetal in de Amsterdamse nacht verdwijnt.
Hoe anders begint Beigbeder zijn boek (in ‘t Nederlands vertaald met “6,99”). De reclameman hier heet Octaaf en op blz 3 spreekt Octaaf al de volgende gedenkwaardige zinnen: “Ik zit in de reclame, jazeker ik vervuil de omgeving. Ik ben die vent die U knollen voor citroenen verkoopt. Die U laat dromen van dingen die u nooit zult hebben. Een altijd blauwe hemel, nooit lelijke meiden, volmaakt geluk, biigewerkt in Photoshop. En wanneer het u na veel sparen lukt de auto van uw dromen te betalen, die ik in mijn laatste campagne heb gepromoot, dan heb ik er ook al voor gezorgd dat hij uit de mode is.”
3-0 voor Beigbeder lijkt me, na hoofdstuk 1. Maar ik geef Beau nog niet helemaal op, misschien wilde hij gewoon een beetje kwajongensachtig, Jan Cremeriaans beginnen, en ontrolt zich direct toch nog een heel intrigerend verhaal. Ik hoop het maar, anders staan mij nog een loodzware 300 plus bladzijden te wachten. Beau heeft wel één voordeel boven Beigbeder en dat is dat de film van “99 francs” niet helemaal aan de verwachtingen heeft voldaan. Het is weliswaar een indrukwekkend visueel spektakel geworden, een soort anderhalf uur durende videoclip, maar als kijker laat die visuele spierballenrollerij je tamelijk koud. Jammer! Gemiste kans.
Zou het niet geweldig zijn als er nu in Beau’s “Pijn” juist nog een aangrijpend menselijk drama verstopt zat, zodat daar wellicht wel een mooie film of tv serie van te maken is?
Dan sta ik misschien wel als eerste bij IDTV op de stoep, of zij bij mij, er is zelfs al even vluchtig contact geweest.
En hier hou ik je ondertussen op de hoogte van mijn bevindingen bij het lezen van “Pijn” en “6,99”.



